PERMANENTE VORMING

Vuistregels voor TOPA gidsen

EIGENHEID VAN DE TOPAGIDSEN

  • Onthaalgidsen
    • Begroeting
      De mensen die we rondleiden zijn onze gasten.
    • Tijd?
      We informeren naar de beschikbare tijd. Gasten die slechts een kwartier de tijd hebben, hebben evenveel recht op een warm onthaal dan mensen die alle tijd hebben. Bij mensen die weinig tijd hebben, informeren we naar hun bijzondere interesse.
    • Plaats / land van herkomst
      Als onthaalgidsen proberen we in de mate van het mogelijke hierop in te spelen.
    • Culturele achtergrond / interesse van de gast
      We passen onze rondleiding aan de gast aan. We vermijden hem te overdonderen met onze eigen kennis.
  • Inhoud
    We verliezen ons niet in data, feitjes, anekdotes,…
    • Een kerk – geen museum
      Kunstwerken hebben in een kerk een specifieke betekenis die in een museum verloren gaat.
    • Correcte informatie over het Christelijk geloof
      We willen niemand bekeren, maar mensen hebben recht op correcte informatie over wat christenen geloven, wat er in een kerk gebeurt,…
    • Verband tussen kerk en samenleving vroeger en nu
      Een kerk staat niet los van de omgeving. De samenleving is / was aanwezig in de kerk en de kerk speelt / speelde een rol in die samenleving.
    • “Beeldmeditatie”
      Topagidsen zijn geen kunsthistorici en benaderen kunstwerken niet op die manier. Het gaat niet om de kenmerken van de barok in een schilderij of beeldhouwwerk, maar wel om wat dit kunstwerk ons te vertellen heeft.

AANDACHTSPUNTEN BIJ HET GIDSEN

  • Positionering
    • Oogcontact
      Als jij van iedereen de ogen ziet, ziet iedereen jou ook
    • Nooit met de rug naar het publiek
    • Niet vóór het kunstwerk
      Tenzij het hoog genoeg hangt.
  • Verstaanbaarheid
    • Luid / articulatie
      Het is belangrijk dat iedereen je kan horen. Echter: je stem moet niet heel de kerk vullen…
    • Taal aanpassen
      Verstaanbaarheid heeft ook met taalgebruik te maken. Vermijd technische termen (de meeste mensen kennen die niet). De meeste mensen weten niet zoveel of hun kennis zit onder een dikke laag stof. Wanneer je eenvoudige taal gebruikt, verstaan mensen die moeilijker ook zouden aankunnen je ook.
    • Niet wegdraaien
      Bedwing de neiging om je naar een kunstwerk te keren wanneer je iets wil aanwijzen: je stem draait mee naar achter en de verstaanbaarheid daalt zienderogen.
      Het kunstwerk moet in je hoofd zitten zodat je met je linkerhand de rechterzijde kunt aanwijzen en beschrijven terwijl je oogcontact behoudt. 
  • Vertel een verhaal /verhalen
    • Samenhang / verbanden
      Zoek samenhang tussen de verschillende stops van je rondleiding.
      : “Deze kathedraal is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Het is dus logisch dat we haar hier vaak kunnen ontmoeten. Het oudste Mariabeeld is deze madonna. (…) Ook in het schilderij waar we nu naartoe gaan, heeft Maria haar plaats.”
    • Verteltechnieken
      • Menselijk standpunt
        Probeer zoveel mogelijk je verhaal op te hangen aan een bepaalde persoon.
      • Stiltes, tempowisselingen, volumewisseling
        Alles in hetzelfde tempo, zonder enige afwisseling is eentonig.
      • Lichaamstaal
        Ondersteun wat je vertelt met je lichaam (blik, mimiek, handen,…)
      • Tegenwoordige tijd
        “In 1610 stelde zich een probleem bij de opdracht van de kolveniers voor het schilderij voor hun altaar in de kathedraal” is erg afstandelijk.
        Alternatief: “Rubens heeft een probleem. De kolveniers – een schuttersgilde – vraagt hem een schilderij te maken met de Heilige Christoffel als centrale figuur. Maar rond dezelfde tijd is er een bisschoppenconferentie en die bisschoppen zeggen dat het geen goed idee is om een heilige op een altaar te plaatsen. Hoe lost Rubens dat op?”
    • Interactie
      Het is belangrijk om je publiek te betrekken, hen uit te nodigen om actief deel te nemen aan de rondleiding. Dat doe je door vragen te stellen.
      • Geen quizvragen
        Zeker ook geen ‘examenvragen’. Vragen als ‘Wie zijn de vier evangelisten?’ of ‘Wat gebeurde er in 1566?’ zijn goed voor (de weinige) mensen die het antwoord kennen. De andere voelen zich ‘gebuisd’. We willen door interactie net onze gasten een positief gevoel geven.
      • Belevingsvragen
        Nodig mensen uit om actief te kijken – iets te ontdekken wat ze anders mogelijk niet gezien zouden hebben: “Wat ziet u op het rechterluik links bovenaan?”
        U kunt ook peilen naar hun ervaringen met andere kerken / kathedralen.

Tot slot: een doordenker (Voltaire)

“L’Art d’ennuyer c’est vouloir dire tout”

Of anders: “Een goede gids weet veel maar vertelt weinig”
Nog anders: “Een goede gids is als een ijsberg. Enkel het topje is zichtbaar, maar dat topje heeft een grote massa die verborgen zit onder het water nodig.”
We weten allemaal heel veel, maar we moeten niet al onze kennis willen overdragen op onze gasten.
We willen ervoor zorgen dat onze gasten naar buiten gaan met ‘honger’ (om nog meer te weten, andere kerken te gaan verkennen op basis van wat ze hier hebben meegemaakt) niet met een indigestie.

Scroll naar boven